Enfin, wie van Zagreb naar Pécs reist, moet in Gyékényes overstappen. Als de trein vertraging heeft en je de overstap mist, zoals ik, sta je om 07.00 's ochtend in Gyékényes, een piepklein grensdorp, en vraag je je af wat je de komende twee uur gaat doen. Een beetje observeren dan maar. Zo leerde ik dat Hongaren erg van worst houden, een glaasje wodka slechts een halve euro kost, sommige mannen om zeven uur al bier drinken, op de fiets naar de supermarkt (waar al die worsten te koop zijn) in Hongarije heel gewoon is, en er nog veel stokoude Škoda's, Trabantjes en Lada's rondrijden.



Als je na lang wachten eindelijk in het boemeltje van Gyékényes naar Pécs (ik word gek van zoveel streepjes op de "e") zit, vraag je je af waarom de treinen in zelfs Bulgarije en Servië er beter uitzien en waarom er geen rookverbod is in de trein. Ook vraag je je af wanneer het Hongaarse spoorboekje voor het laatst is herzien, want je stopt bij verlaten, half ingestorte stationnetjes met vreselijke namen waar niemand in- of uitstapt. Wat me verder opviel, was dat de graanvelden in Hongarije zoveel groter zijn dan in Kroatië. Wuivend koren tot aan de horizon, eindeloze akkers. Zijn de Hongaarse boeren zoveel rijker of krijgen de Kroatische boeren last van pleinvrees als hun akker groter is dan een vierkante kilometer?

In Pécs zelf, tenslotte, is van alles te zien. Ik ga dat hier niet opnoemen en zou zeggen: ga er zelf heen, je kunt je er makkelijk een paar dagen vermaken. Ik laat het bij een paar foto's en een goed bedoeld advies aan het gemeentelijk busbedrijf in Pécs. Hang bij het Centraal Station eens een plattegrond met buslijnen en bijbehorende nummers. Je weet wel, zo'n eentje die met gekleurde lijnen de routes laat zien. Reuzehandig als er volgend jaar drommen toeristen op jullie stad afkomen en helemaal niet duur.












