Irony

A few months ago asbestos was found in Lisinksi. Lisinski is Zagreb's one and only concert hall, so performances will have to be relocated for as long as the removal of asbestos will last. The famous Royal Concertgebouw Orchestra, for example, will now (today) play in Dom sportova (House of Sports), an indoor sporting arena. This concrete bunker seems a weird choice for a renowned orchestra that is used to playing in lavishly decorated concert halls around the world, but this is all Zagreb has to offer.
Lisinski itself is a particular building too. When I saw it for the first time, I'd swear it was an indoor swimming pool.
It looks a lot better from inside, though gravely brown colours dominate, and the acoustics are fine. It is hoped that Lisinksi will be back in operation by October 16. Fortunately, Croats showed some irony regarding the asbestos in Lisinki. Quite rare, and therefore refreshing.

Hongarije (2)

Quinque Ecclesiae, Quinque Basilicae, Fünfkirchen. Van de oorspronkelijke vijf kerken die Pécs zijn naam gaven is weinig meer over, dus er moeten andere redenen zijn geweest om Pécs uit te roepen tot European Capital of Culture in 2010. Samen met Istanbul en Essen welteverstaan. Het motto van Pécs is "De grenzeloze stad". Aardig voor wie uit de Europese Unie komt, maar voor Kroaten - buren nota bene - bestaan grenzen nog wel degelijk. Tussen Koprivnica en Gyékényes loopt de grens, waar geüniformeerde types met zaklantaarns schijnen in de lege ruimtes boven het plafond in de trein. Een Hongaar die een krat Oostenrijks bier mee naar huis neemt, drijft handel. Een Kroaat die een paar flessen Tokaji in zijn koffer heeft, is een smokkelaar. De eerste geeft de economie een zetje, de tweede schaadt de economie, althans volgens de met ons belastinggeld betaalde haters van vrijhandel die zogenaamd weten wat "goed" en "slecht" economisch gedrag is.
Enfin, wie van Zagreb naar Pécs reist, moet in Gyékényes overstappen. Als de trein vertraging heeft en je de overstap mist, zoals ik, sta je om 07.00 's ochtend in Gyékényes, een piepklein grensdorp, en vraag je je af wat je de komende twee uur gaat doen. Een beetje observeren dan maar. Zo leerde ik dat Hongaren erg van worst houden, een glaasje wodka slechts een halve euro kost, sommige mannen om zeven uur al bier drinken, op de fiets naar de supermarkt (waar al die worsten te koop zijn) in Hongarije heel gewoon is, en er nog veel stokoude Škoda's, Trabantjes en Lada's rondrijden.



Als je na lang wachten eindelijk in het boemeltje van Gyékényes naar Pécs (ik word gek van zoveel streepjes op de "e") zit, vraag je je af waarom de treinen in zelfs Bulgarije en Servië er beter uitzien en waarom er geen rookverbod is in de trein. Ook vraag je je af wanneer het Hongaarse spoorboekje voor het laatst is herzien, want je stopt bij verlaten, half ingestorte stationnetjes met vreselijke namen waar niemand in- of uitstapt. Wat me verder opviel, was dat de graanvelden in Hongarije zoveel groter zijn dan in Kroatië. Wuivend koren tot aan de horizon, eindeloze akkers. Zijn de Hongaarse boeren zoveel rijker of krijgen de Kroatische boeren last van pleinvrees als hun akker groter is dan een vierkante kilometer?

In Pécs zelf, tenslotte, is van alles te zien. Ik ga dat hier niet opnoemen en zou zeggen: ga er zelf heen, je kunt je er makkelijk een paar dagen vermaken. Ik laat het bij een paar foto's en een goed bedoeld advies aan het gemeentelijk busbedrijf in Pécs. Hang bij het Centraal Station eens een plattegrond met buslijnen en bijbehorende nummers. Je weet wel, zo'n eentje die met gekleurde lijnen de routes laat zien. Reuzehandig als er volgend jaar drommen toeristen op jullie stad afkomen en helemaal niet duur.





Hongarije (1)

Deze week was ik twee keer in Hongarije. De eerste keer per auto bij het Balatonmeer en de tweede keer in Pecs, een uur of vier treinen vanaf Zagreb. Hoewel (continentaal) Kroatië met geen enkel land zo'n lange gedeelde geschiedenis (1102-1918) heeft als met Hongarije, stellen de Kroatisch-Hongaarse verhoudingen niet veel voor. Wenen is in alle opzichten het voorbeeld voor Zagreb, Duits en Italiaans zijn populaire talen, winkelen doen Kroaten in Triëst, Graz, Wenen of Ljubljana. Hongarije bungelt er een beetje bij.
Qua landschap en architectuur is Hongarije, althans wat ik ervan heb gezien, niet of nauwelijks te onderscheiden van continentaal Kroatië, maar wat direct in het oog springt is de taal. In Bulgarije of Slovenië red ik me met een mix van Kroatisch en Engels, maar in Hongarije had ik aan geen van beide talen veel. Ik had net zo goed in Vietnam kunnen zijn, waar ook het Latijnse schrift wordt gebruikt maar je uiteraard niets begrijpt. Hongaars is een bizar, exotisch, ontoegankelijk eilandje in een Slavische zee. Toen ik een keer "tej" bestelde en een glas melk kreeg voorgezet, had ik het definitief gehad met het Hongaars. Thee blijkt trouwens gewoon "tea" te zijn.
Wie de Kroatisch-Hongaarse grens per auto oversteekt, komt er al snel achter dat het vereiste tolvignet nergens te krijgen is. Tankstations waren in geen velden of wegen te bekennen, maar ondertussen werd ik wel bang gemaakt met de een plaatje van een vignet plus videocamera. Je hoeft geen Hongaars te kennen om te begrijpen wat daarmee werd bedoeld.
Na tientallen kilometers uitstekende Hongaarse snelweg, verscheen er eindelijk een benzinepomp aan de horizon. Opgelucht stapte ik naar binnen en zei tegen de dame achter de toonbank: "Vignet, please." Ze mij een kenteken zien dat niet bij mijn auto hoorde. Pas na lang stoïcijns wijzen naar het kenteken werd me duidelijk dat ze wilde dat ik mijn kenteken opschreef. Goed, honderd meter op en neer naar de huurauto, kenteken genoteerd en aan de dame gegeven. Ze voerde het in op een machientje. De Ž bleek te zijn getransformeerd tot een Z, maar dat neem ik de Hongaren niet kwalijk. Ik drukte op OK, betaalde ongeveer 1500 forint en kreeg het bonnetje toegestopt. Dat was alles. Niks geen sticker op de voorruit. Mijn kenteken was blijkbaar verzonden naar een controlepunt dat ook de camera's boven de weg beheerde. Big Brother is nooit ver weg in Hongarije.
In Hongarije (1) verder alleen maar lof. De snelweg Boedapest-Zagreb is fantastisch, het eten prima, het winkelaanbod overdonderend (als je maar lang genoeg in Kroatië woont). Nou, vooruit, nog één punt van kritiek: het muziekaanbod op de radio. Je kunt tijdens de vier uur durende rit van Boedapest naar Zagreb het ene station naar het andere proberen, maar ze draaien allemaal onveranderlijk dance. Bestaat er soms een Hongaarse wet die rock op de zaterdagavond verbiedt?
Over een paar dagen volgt Hongarije (2), ofwel met de trein naar Pecs, de Culturele hoofdstad van Europa in 2010.

Voetbal

"De Engelsen missen iets," zei de Kroatische bondscoach Slaven Bilić aan de vooravond van de WK-kwalificatiewedstrijd Engeland-Kroatië. Wat dat "iets" is, zullen we nooit weten, want Engeland vernederde Kroatië met 5-1. "Het grootste voetbalverlies uit onze geschiedenis," zei een wanhopige commentator. Schrale troost dat die geschiedenis pas in 1993 begon. De ironie is nu dat als Kroatië nog naar Zuid-Afrika wil, het moet juichen voor Engeland. Alleen als de Engelsen Oekraïne verslaan, heeft Kroatië een redelijke kans tweede te worden in de groep en zich te plaatsen voor de playoffs.
Voorafgaand aan de wedstrijd brak er een ware mediaoorlog uit tussen Kroatië en Engeland. Kroaten geloofden dat sommige van hun spelers (uitkomend in de Premier League) met opzet keihard werden aangepakt in de Engelse voetbalcompetitie, zodat ze voor Engeland-Kroatië geblesseerd zouden raken. Op hun beurt meldden de Britse tabloids dat duizenden Kroatische nazi's op weg waren naar Londen. Dit artikel in The Sun laat weinig aan de verbeelding over.
Veel voetballiefhebbers uit de Lage Landen zullen de komende maanden het Kroatische clubvoetbal in de gaten houden. Ajax, Anderlecht en Dinamo Zagreb zijn namelijk ingedeeld in dezelfde groep van de Europa League. Op 17 september wordt de eerste ronde gespeeld en komt Anderlecht op bezoek in Zagreb.
Twee jaar geleden was ik bij Dinamo Zagreb-Ajax. Van die wedstrijd herinner ik me vooral het intense gevoel van verveling (één klutsgoal van Ajax) en het fanatisme van de Dinoma-aanhang, die beter bekend staat als Bad Blue Boys. Mijn verslag van destijds is hier te lezen. Op 5 november is Ajax te gast en ik denk dat ik voor die wedstrijd naar het stadion Maksimir ga. Als het er dan nog is, want het verkeert in zo'n slechte staat dat de UEFA volgend jaar waarschijnlijk geen vergunning verleent voor het spelen van Europese wedstrijden.